Aansluiten bij het lesprogramma
In groep 6, 7 en 8 maken leerlingen steeds meer kennis met topografie en aardrijkskunde. Een goede schoolkaart helpt daarbij. Traditioneel wordt Nederland in groep 6 behandeld, Europa in groep 7 en de wereld in groep 8. Welke kaart het meest geschikt is, hangt af van de onderwerpen die in de klas worden behandeld.

Nederland staat vaak centraal
Voor veel leerlingen begint topografie met Nederland. Kaarten met provincies, grote steden, rivieren en wateren sluiten goed aan bij de lesstof. Ook blinde kaarten worden regelmatig gebruikt om kennis van plaatsen en gebieden te oefenen.

Europa en de wereld ontdekken
In de hogere groepen verschuift de aandacht vaak naar Europa en de rest van de wereld. Een Europakaart of wereldkaart helpt leerlingen om landen, hoofdsteden en belangrijke geografische gebieden te leren herkennen en plaatsen.

Verschillende kaarten vullen elkaar aan
Er bestaat niet één perfecte schoolkaart voor iedere situatie. Veel scholen gebruiken daarom meerdere kaarten naast elkaar, zoals een kaart van Nederland, een Europakaart en een wereldkaart. Zo ontstaat een compleet beeld van de wereld om ons heen.
